Onderhoud: op zaterdag 18 oktober 2031 van 22.00 tot 06.00 uur zijn Mijn DWT en het HeffingsPortaal niet beschikbaar. Lees meer over het onderhoud

Jaarverslag 2030, publiekssamenvatting

Organisatie
Dienst Werk en Transitie (DWT)
Datum
maart 2031
Status
Vastgesteld door de Raad van Bestuur. Het volledige jaarverslag en de jaarrekening 2030 zijn op grond van artikel 18 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen aangeboden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze samenvatting is bedoeld voor werkgevers, uitkeringsgerechtigden, opleiders, medeoverheden en andere belangstellenden. Het volledige jaarverslag, de jaarrekening en de fondsverantwoording Transitiefonds 2030 zijn beschikbaar op de website van de DWT.


Voorwoord van de Raad van Bestuur

2030 was het tweede volledige jaar van de Dienst Werk en Transitie. Toen het parlement in 2027 de Wet transitie-inkomen aannam, koos het voor een nieuwe uitvoeringsorganisatie die de automatiseringsheffing en het transitie-inkomen in één hand houdt. Die keuze heeft ons de opdracht gegeven om in korte tijd een organisatie te bouwen die werkt voor mensen op het moment dat hun werk verdwijnt. Eind 2030 ontvingen 312.000 mensen een transitie-inkomen. In 2029 waren dat er 96.000. Achter elk van die cijfers staat iemand die zijn of haar baan verloor aan automatisering en die van ons mag verwachten dat de uitkering op tijd komt, dat het transitieplan serieus wordt genomen en dat het opleidingsbudget beschikbaar is.

Wij zijn trots op wat de medewerkers van de DWT in 2030 hebben bereikt. De organisatie groeide van 610 naar gemiddeld 1.080 fte. De tijdigheid van de eerste betaling verbeterde van 79% naar 86%. De automatiseringsheffing werd bij 97% van de werkgevers op tijd opgelegd. Via het transitiebudget konden mensen een opleiding volgen bij een van de 2.140 erkende opleiders. Het zaaksysteem Fundament verwerkte in 2030 een instroom van 268.000 nieuwe aanvragen. In september 2030 namen wij de Journaalassistent in gebruik, een AI-toepassing op onze financiële administratie die het werk van de financiële functie ondersteunt.

Tegelijkertijd zijn wij realistisch. Een organisatie die in twee jaar van nul naar ruim duizend medewerkers groeit, heeft processen die nog niet overal op orde zijn. De tijdigheid van de eerste betaling ligt onder de norm, de doorlooptijd van bezwaren bij de heffing is nog te lang en onze bedrijfsvoering vraagt om verdere professionalisering. Onze accountant en onze eigen Audit Dienst hebben ons daarover duidelijke aanbevelingen gegeven. Wij nemen die ter harte. In 2031 ligt de nadruk op het verstevigen van de basis: betrouwbare administraties, een kortere maandafsluiting en een verantwoorde inzet van digitale hulpmiddelen.

Wij danken onze opdrachtgevers bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Werkgeversraad, de Cliëntenraad, de Raad van Advies en het Audit Committee voor de samenwerking in 2030. Bovenal danken wij onze medewerkers. Zij hebben in 2030 laten zien dat de nieuwe uitvoering werkt voor de mensen voor wie zij bedoeld is.

Marjolein Haverkamp
Voorzitter Raad van Bestuur

Namens de Raad van Bestuur: Marjolein Haverkamp (voorzitter), Anneke Brouwer (lid, Uitvoering en Digitaal), Hakan Yücesoy (lid, Financiën en Bedrijfsvoering)


De DWT in 2030

Onze opdracht

De Dienst Werk en Transitie voert de Wet transitie-inkomen (Wti) uit. De DWT is een zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid onder de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, ingesteld bij hoofdstuk 6 van de Wti en operationeel sinds 1 januari 2029. De wet geeft ons drie taken:

  • het opleggen en innen van de automatiseringsheffing bij werkgevers met 25 of meer werknemers (1,6% over de loonsom, vermenigvuldigd met een jaarlijks vastgestelde automatiseringsfactor tussen 0,5 en 1,5);
  • het toekennen en betalen van het transitie-inkomen aan werknemers van wie de functie aantoonbaar door automatisering is vervallen (maximaal 24 maanden 70% van het laatstverdiende loon, gemaximeerd op EUR 4.200 per maand, op voorwaarde van een transitieplan);
  • het toekennen van het transitiebudget van maximaal EUR 12.000 per persoon, dat rechtstreeks aan erkende opleiders wordt betaald.

Heffing en uitgaven lopen via het Transitiefonds, dat de DWT beheert. De rijksbijdrage van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is de sluitpost van het fonds.

Eigenaar van de DWT is de secretaris-generaal van SZW. Opdrachtgever voor de heffing en het transitie-inkomen is het directoraat-generaal Werk van SZW; opdrachtgever voor het transitiebudget is het directoraat-generaal Hoger Onderwijs en Leven Lang Ontwikkelen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De opdrachtgevers sturen via de kaderbrief, de opdrachtbrief met prestatie-indicatoren en de tertiaalrapportages.

Organisatie en medewerkers

Het hoofdkantoor staat aan de Berkenweg 11 in Amersfoort. De dienstverlening is digitaal-eerst. In de regiokantoren Groningen, Zwolle, Eindhoven en Rotterdam voeren wij de gesprekken over transitieplannen en bezwaar.

Medewerkers (gemiddeld fte)20292030
Intern personeel420780
Externe inhuur160240
Uitzendkrachten3060
Totaal6101.080
DirectieFte 2030
Uitvoering Transitie-inkomen486
Heffing en Inning168
Opleidingen en Budget124
Digitaal en Data141
Financiën en Bedrijfsvoering118
Strategie en Externe Betrekkingen34
Audit Dienst9

Het aandeel externe inhuur in de personeelskosten daalde van 38,0% in 2029 naar 29,7% in 2030. De DWT werkt toe naar de rijksbrede norm van 10%; in de opbouwfase is externe expertise nodig geweest om de wettelijke startdatum te halen.

Systemen en digitale hulpmiddelen

De uitvoering steunt op vier kernsystemen: Fundament (zaaksysteem transitie-inkomen, een SaaS-platform van implementatiepartner Noventis), het HeffingsPortaal (aanslagoplegging en inning van de automatiseringsheffing), het Opleidingsregister en Declaratieportaal (ODP, erkenning van opleiders, toekenning van het transitiebudget en declaraties) en SAP S/4HANA Cloud (grootboek, crediteuren, inkoop en verplichtingen van het apparaat). Gegevens worden uitgewisseld met het UWV (ontslagtoets), de Belastingdienst (loonsomgegevens), DUO (diploma- en erkenningsregister) en de banken.

In 2030 zette de DWT twee AI-toepassingen in:

  • Toekenningsadvies TI ondersteunt medewerkers bij de toekenning van het transitie-inkomen. Het is een hoog-risico-AI-systeem in de zin van de AI-verordening (bijlage III, toegang tot uitkeringen). Het systeem is geregistreerd, er is een grondrechteneffectbeoordeling uitgevoerd en de beslissing wordt altijd door een medewerker genomen en vastgelegd.
  • De Journaalassistent is sinds september 2030 in gebruik op de financiële administratie. Deze toepassing stelt journaalposten voor, codeert facturen en schrijft concepttoelichtingen. In 2030 betrof het 71% van de apparaatboekingen; een medewerker keurt elk voorstel goed. De Journaalassistent is in het algoritmeregister opgenomen met de classificatie "impactvol".

De drie geldstromen in 2030

AutomatiseringsheffingTransitie-inkomenTransitiebudget
OpdrachtgeverSZWSZWOCW
Tegenpartij48.200 heffingsplichtige werkgevers312.000 lopende uitkeringen eind 20302.140 erkende opleiders
Omvang 2030Opgelegd EUR 3.210 mln, ontvangen EUR 3.052 mlnLasten EUR 4.478 mlnToegekend EUR 1.030 mln, betaald EUR 618 mln
Primair systeemHeffingsPortaalFundamentODP

Automatiseringsheffing

In januari 2030 ontvingen 48.200 werkgevers een voorlopige aanslag; de definitieve aanslagen over 2029 zijn in het eerste kwartaal van 2030 opgelegd. In totaal is in 2030 EUR 3.210 mln aan heffing opgelegd en EUR 3.052 mln ontvangen. De tijdigheid van de aanslagoplegging bedroeg 97% (norm 95%). Werkgevers dienden 3.900 bezwaren in, 8% van de heffingsplichtigen. De gemiddelde doorlooptijd van een bezwaar daalde van 17 naar 14 weken; de norm van 12 weken is nog niet gehaald. De tevredenheid van werkgevers steeg van 5,9 naar 6,3 (norm 7,0). Ultimo 2030 stond EUR 312 mln aan vorderingen op werkgevers open, waarvan EUR 41 mln in bezwaar. Voor oninbaarheid is een voorziening van EUR 19 mln gevormd; in 2030 is EUR 14 mln als oninbaar afgeboekt.

Transitie-inkomen

In 2030 stroomden 268.000 mensen in en 52.000 mensen uit. Eind 2030 liepen 312.000 uitkeringen. De lasten bedroegen EUR 4.478 mln, gemiddeld EUR 1.828 per uitkeringsmaand. De tijdigheid van de eerste betaling binnen vier weken verbeterde van 79% naar 86% (norm 95%). De rechtmatigheid van de uitkeringslasten bedroeg 98,6% (norm 99%). Er werden 19.400 bezwaren ingediend. De klanttevredenheid steeg van 6,8 naar 7,1 (norm 7,5). In 2030 is voor EUR 61 mln aan terugvorderingen opgelegd, waarvan EUR 23 mln is ontvangen; ultimo 2030 stond EUR 38 mln open.

Transitiebudget

In 2030 is EUR 1.030 mln aan transitiebudget toegekend, gemiddeld EUR 3.843 per persoon. Opleiders dienden 412.000 declaraties in, waarvan 8,3% is afgekeurd. Betaald is EUR 618 mln. Voor EUR 152 mln aan toegekende budgetten viel vrij omdat trajecten niet zijn gestart. Ultimo 2030 stond volgens het Opleidingsregister en Declaratieportaal EUR 410 mln aan toegekende, nog niet gedeclareerde budgetten open.


Prestaties en uitvoeringskosten

Prestatie-indicatoren

IndicatorNorm20292030
Tijdigheid eerste betaling transitie-inkomen (binnen 4 weken)95%79%86%
Tijdigheid aanslag heffing95%94%97%
Doorlooptijd bezwaar heffing (weken)121714
Rechtmatigheid uitkeringslasten99%98,1%98,6%
Doorlooptijd maandafsluiting (werkdagen)81914
Klanttevredenheid uitkeringsgerechtigden7,56,87,1
Tevredenheid werkgevers7,05,96,3
Ziekteverzuim6,0%5,8%7,4%
Personeelsverloop intern10%9%14%
Journaalassistent: aandeel voorgestelde boekingen71%
Journaalassistent: goedgekeurd binnen 10 seconden94%

De tijdigheid van de aanslagoplegging ligt boven de norm. Op de overige indicatoren is in 2030 vooruitgang geboekt, maar de normen zijn nog niet gehaald. Het ziekteverzuim en het personeelsverloop stegen in een jaar van sterke groei en hoge werkdruk; de Raad van Bestuur heeft in 2030 een programma voor duurzame inzetbaarheid gestart.

Uitvoeringskosten (apparaat)

EUR mlnRealisatie 2029Realisatie 2030
Personeel intern48,286,4
Externe inhuur31,538,7
Uitzendkrachten3,15,2
Automatisering (SaaS, licenties, beheer)22,426,9
Huisvesting5,87,1
Overige kosten6,98,2
Totaal lasten117,9172,5
Baten (rijksbijdrage uitvoeringskosten SZW en OCW)123,0169,1
Resultaat5,1-3,4
Egalisatiereserve ultimo5,11,7

De uitvoeringskosten worden gedekt uit een rijksbijdrage op basis van de kostprijsafspraak die in 2028 met SZW is gemaakt: een vast bedrag per lopende uitkering, voor 2030 EUR 560, afgerekend op het afgesproken volume van 302.000 uitkeringen. Het werkelijke aantal lopende uitkeringen bedroeg eind 2030 312.000; de gerealiseerde kostprijs per lopende uitkering kwam uit op EUR 553. Het negatieve resultaat van EUR 3,4 mln is ten laste van de egalisatiereserve gebracht, die daarmee ultimo 2030 EUR 1,7 mln bedraagt. De egalisatiereserve is ingesteld op grond van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen; met de eigenaar is afgesproken dat de reserve maximaal 5% van de baten bedraagt.


Transitiefonds, bedrijfsvoering en toezicht

Transitiefonds 2030

EUR mln2030
Baten automatiseringsheffing3.210
Rijksbijdrage Transitiefonds SZW1.897
Totaal baten5.107
Lasten transitie-inkomen4.478
Lasten transitiebudget618
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren11
Totaal lasten5.107

SZW heeft het fonds in 2030 maandelijks bevoorschot op basis van de raming, in totaal EUR 1.900 mln. Bij de afrekening op de jaarrekening is EUR 3 mln aan SZW terugbetaald. Het fonds wordt verantwoord in een afzonderlijke fondsverantwoording.

Bedrijfsvoering

De maandafsluiting is in 2030 verkort van 19 naar 14 werkdagen; de norm is 8 werkdagen. Het programma Fundament 2.0, dat de batchkoppelingen van Fundament vervangt door API's, is in 2030 gestart met een budget van EUR 24 mln en loopt door in 2031 en 2032. De DWT heeft in 2030 een verwerkingsregister en een actueel overzicht van gegevensbeschermingseffectbeoordelingen (AVG) en werkt aan een richtlijn voor verantwoord gebruik van generatieve AI, die begin 2031 in een herziene versie wordt vastgesteld. Verzoeken op grond van de Wet open overheid zijn in 2030 binnen de wettelijke termijn afgehandeld.

Controleverklaring en toezicht

De jaarrekening 2030 is gecontroleerd door Baarsma & Cordes Accountants N.V. op grond van artikel 35, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en het controleprotocol van SZW. Op 24 maart 2031 heeft de accountant een goedkeurende verklaring afgegeven over de getrouwheid van de jaarrekening. Over de rechtmatigheid van de uitkeringslasten is een verklaring met beperking afgegeven, omdat fouten in de vaststelling van het laatstverdiende loon de tolerantie overschreden; de rechtmatigheid bedroeg 98,6%. De verklaring bevat daarnaast een paragraaf ter benadrukking over de volledigheid van de verplichtingen transitiebudget. De management letter van de accountant bevat zeven bevindingen, waarvoor de Raad van Bestuur een verbeterplan heeft vastgesteld. De voortgang wordt per kwartaal besproken met het Audit Committee. De Audit Dienst DWT rapporteert onafhankelijk aan de Raad van Bestuur en het Audit Committee en toetst de opvolging van de bevindingen.

De DWT werkt samen met de Algemene Rekenkamer in het kader van het verantwoordingsonderzoek bij SZW en OCW, met het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT), de Autoriteit Persoonsgegevens en de toezichthouder voor hoog-risico-AI-systemen. In 2030 zijn geen boetes of formele aanwijzingen opgelegd.


Vooruitblik 2031

2031 staat in het teken van het verstevigen van de basis. De Raad van Bestuur heeft zich tegenover de minister van SZW gecommitteerd aan een goedkeurende controleverklaring zonder beperking over het boekjaar 2031. Daarvoor werken wij aan drie zaken: een sluitende vaststelling van het laatstverdiende loon bij elke toekenning, een volledige en aansluitende verplichtingenadministratie voor het transitiebudget en een maandafsluiting die binnen de norm van acht werkdagen wordt afgerond.

De begroting 2031 is opgesteld binnen de kostprijsafspraak met SZW: EUR 526 per lopende uitkering bij een afgesproken volume van 365.000 uitkeringen, een rijksbijdrage uitvoeringskosten van EUR 192,0 mln. De lasten zijn eveneens op EUR 192,0 mln begroot, met een sluitend resultaat. De organisatie groeit in 2031 naar begroot 1.380 fte (1.120 intern, 200 externe inhuur, 60 uitzendkrachten). De externe inhuur wordt daarmee afgebouwd naar 19,4% van de personeelskosten.

Voor het Transitiefonds is in 2031 EUR 3.420 mln aan heffingsbaten begroot, EUR 5.310 mln aan lasten transitie-inkomen en EUR 790 mln aan lasten transitiebudget. De begrote rijksbijdrage bedraagt EUR 2.680 mln. SZW bevoorschot het fonds maandelijks.

Het programma Fundament 2.0 vervangt in 2031 de eerste batchkoppelingen door API's. De Journaalassistent wordt verder ontwikkeld, binnen de kaders van de herziene richtlijn verantwoord gebruik AI. Voor het Toekenningsadvies TI voeren wij de verplichtingen uit de AI-verordening voor hoog-risicosystemen uit, waaronder het bijhouden van logbestanden en het periodiek herbeoordelen van de grondrechteneffecten.

De DWT bestaat om mensen te helpen op het moment dat hun werk verdwijnt. Dat doen wij in 2031 met een organisatie die groeit in omvang en volwassenheid, met opdrachtgevers die ons scherp houden en met medewerkers die elke dag het verschil maken.

Amersfoort, maart 2031

Raad van Bestuur Dienst Werk en Transitie
Marjolein Haverkamp, voorzitter
Anneke Brouwer, lid Uitvoering en Digitaal
Hakan Yücesoy, lid Financiën en Bedrijfsvoering

Laatst bijgewerkt op